Vraag: Hoe groot is het drijvende plastic afval in de zeeën, de plastic soep?
Nog een voordeel wat ook een nadeel is: het gaat heel lang mee. Dat is handig als je het heel lang wilt gebruiken, maar als het wordt weggegooid, hebben we wel een probleem. Het meeste plastic wordt weggegooid in de prullenbak, dat is goed want dan wordt het verbrand en wordt het vervuilende as en rook. Maar er beland ook plastic in de natuur. Een frietbakje is pas weg over 90 jaar, een PET fles ligt 500 jaar in de natuur. Ook komt het plastic afval terecht in de rivieren en zeeën. Er drijven 5 grote plasticafval velden, de plastic soep, in de oceanen. Die zijn bij elkaar zo groot dat je er Spanje en Frankrijk me kan bedekken. We kunnen Nederland 155 keer bedekken met de plastic soep. Deze gaat nooit weg want het duurt honderden jaren voordat plastic oplost en er komt steeds meer bij. Het is tussen de 86 miljard en 239 miljard kilo, dat is een beetje moeilijk in te schatten.
We beginnen met een stukje geschiedenis van plastic. Hiervoor moeten we terug naar 1600 voor Christus . De Maya’s en Azteken, die in Mexico woonden, gebruikten een rubberen bal voor hun balspel . Het spel was dat ze een rubberen bal door een ring moesten krijgen. Deze rubberen bal was gemaakt van latex. Dit latex kwam uit de rubberboom. We maken een sprong van 3500 jaar vooruit, want in 1843 werd het vulkaniseren van rubber uitgevonden. Hiermee werd het rubber sterker en was het niet meer plakkerig. Een voorbeeld van dit soort rubber is het post elastiek . Een nadeel van zo’n elastiek is dat het geen 5 jaar mee gaat, het wordt hard en verliest zijn rekbaarheid door het zonlicht. Het gevulkaniseerde rubber werd later gebruikt voor fietsbanden en nog later voor autobanden, maar omdat er veel meer autobanden nodig waren dan de rubberboom rubber kon maken, werd er gezocht naar een oplossing. Het rubber moest in een fabriek worden gemaakt en dat noemen ze synthetisch rubber. Synthetisch wil zeggen dat het door een scheikundig proces gemaakt is van aardolie.
